Vredesactivisten verhinderen opbouw wapenbeurs in Londen
12-09-2015 -

Honderden vredesactivisten voerden actie aan de DSEI wapenbeurs in Londen. Ze blokkeren de toegangswegen en verhinderen de opbouw van de beurs. Ook Belgische activisten van ikstopwapenhandel.eu deden mee.

12 september 2015 - Honderden vredesactivisten voeren al de hele week actie aan de DSEI wapenbeurs in Londen. Ze blokkeren de toegangswegen en verhinderen de opbouw van de beurs. Vandaag doen ook Belgische activisten van ikstopwapenhandel.eu mee.

Volgende week, van 15 tot 18 september, verzamelt de wereldwijde wapendindustrie in Londen voor een gigantische wapenbeurs: Defence & Security Equipment International (DSEI). De beurs wordt er om de twee jaar georganiseerd met de financiële, logistieke en politieke steun van de Britse regering. Op DSEI verkopen 1500 wapenbedrijven hun producten, gaande van geweren over tanks tot gevechtvliegtuigen en oorlogsschepen. Meer dan 30 000 bezoekers komen er shoppen, de belangrijkste klanten zijn militaire delegaties uit meer dan 100 landen. Ook van regimes die de mensenrechten niet respecteren, landen die in staat van oorlog zijn en ontwikkelingslanden. In 2013 stonden onder andere Libië, Afghanistan, Saoudi-Arabië en Bahrein op de gastenlijst.

Onder de noemer 'Stop The Arms Fair' strijdt een coalitie van vredesbewegingen en activisten tegen de DSEI beurs. Ze willen de wapenbeurs weg. “Deze beurs toont de hyprocisie van ons buitenlands beleid aan,” zegt Adrew Smith van Stop The Arms Fair. “De regering heeft het over mensenrechten en democratie, maar promoot op DSEI schaamteloos wapenhandel met de meest autoritaire en dictatoriale regimes ter wereld.”

Er namen ook Belgische vredesactivisten deel aan de acties. “Want dit is geen Brits maar een Europees probleem,” zegt Katelijne Noens van Vredesactie. “Er staan hier ook Belgische, Duitse en Franse wapenbedrijven. De EU lidstaten samen zijn één van de grootste wapenexporteurs ter wereld. We voeren elk jaar voor miljarden euro wapens uit naar corrupte en dictatoriale regimes. Onze wapens worden overal ter wereld gebruikt in bloedige conflicten.”
“Ironisch dat wapendealers wel welkom zijn in Europa, en oorlogsvluchtelingen niet. Als de EU werkelijk de grondoorzaken van migratie wil aanpakken, moet ze dringend werk maken van een strenger wapenexportbeleid.”

Meer foto's van de acties op https://www.flickr.com/photos/vredesactie/

Schending wapenembargo tegen Myanmar door afwezigheid controle eindgebruiker
27-08-2015 -

De meest pertinente vraag in exportdossiers is : wie zal de wapentechnolgie uiteindelijk gebruiken ? Van alle methoden om de verspreiding van wapens te controleren is een wapenembargo de meest ingrijpende vorm

De meest pertinente vraag in exportdossiers is : wie zal de wapentechnolgie uiteindelijk gebruiken ? Van alle methoden om de verspreiding van wapens te controleren is een wapenembargo de meest ingrijpende vorm. Men moge dan ook veronderstellen dat embargo's dus strikte naleving zouden moeten kennen. In 2013 publiceerde Stop Wapenhandel uit Nederland op haar website over een mogelijke schending van het embargo tegen Myanmar door wederuitvoer van Nederlandse defensie-technologie van Thales door de Indiase onderneming Bharat Electronics (BEL). Defensiebedrijf Thales reageerde toen onmiddellijk door te bewijzen dat zij aan BEL hun bezwaren over de levering hadden overgemaakt, omdat dit het EU-wapenembargo tegen dat land zou schenden.

Tussenstop India

Op 6 juli blijkt volgens een rapport op de blog van Stop Wapenhandel echter dat de militaire radartechnologie uit Nederland nog steeds naar Myanmar wordt geëxporteerd, ondanks een embargo van de Europese Unie op wapens, munitie en militaire uitrusting, inclusief alle militaire technologie, van kracht blijvend ten minste tot 30 april 2016. De vraag is dan ook hoe militaire uitrusting, vergund door een Thales-Nederland licentie, kan worden verkocht aan een land onder embargo als Myanmar. Thales breidt op dit moment haar relaties met India uit en de bouw van meer marineschepen met hetzelfde soort technologie staan op stapel.

De militaire technologie in kwestie zijn systemen gemaakt door het Indiaas defensiebedrijf Bharat Electronics, bedoeld voor zes tot acht Aung Zeya-klasse / Kyan Sittha-klasse geleide-wapenfregatten die Myanmar in eigen land is aan het bouwen met Chinese hulp. Ook India levert technologie voor deze schepen. Met Chinese hulp kan Myanmar een eigen marine uitbouwen met het potentieel om zich buiten de eigen kustwateren te begeven.

Niet helemaal hetzelfde

Het plan was om de fregatten te voorzien van een scala aan wapens en wapensystemen, waaronder radars geproduceerd door de Indiase onderneming Bharat Electronics (BEL), de zogenaamde RAWL02 Mk III militaire early-warning luchtradar. Volgens Thales werd BEL in maart 2013 verwittigd dat men de kans voor de toekenning van een uitvoervergunning schat op minder dan twintig procent, zelfs wanneer het EU-wapenembargo zou worden opgeheven. Thales verklaart dat ze BEL waarschuwde niet te leveren en daarmee wou voorkomen dat de verkoop van deze state-of-the-art radar naar Myanmar zou doorgaan.

Intussen blijkt dat het fregat Aung Zeya is uitgerust met wat lijkt op een oudere variant van de Rawl . Door sommige bronnen wordt deze radar nog steeds ten onrechte geïdentificeerd als de 3e generatie Rawl radar. Dus, Bharat heeft effectief radars verkocht aan Myanmar. Niet dat specifieke type dat Thales hen vroeg om niet te leveren, maar een oudere versie van dezelfde radar, de RAWL02mkII plaats van RAWL02mkIII. Deskundige bronnen die zijn geraadpleegd door Stop Wapenhandel uit Nederland bevestigen dat deze versie is gebaseerd op een eerdere versie van de LW-serie. Thales bevestigt in een e-mail van 26 juni 2015, dat de radar geleverd aan Myanmar is gebaseerd op de LW04 technologie van Thales Nederland.

Oud maar niet versleten

In 1969 (!) werd een licentie verstrekt door HSA (Hollandse Signaal Apparaten, voorganger van Thales) aan BEL om de radar in India te bouwen. BEL ontwikkelde het radarsysteem en integreerde het in de RAWL02 MK IIAP / N-112.110.340.676. Dit paradepaardje wordt gepromoot door BEL, omwille van zijn opvallende prestaties. Het is nog steeds in gebruik door India kan door een handleiding voor marineofficieren worden gesloten. Thales stelt echter in een e-mail van 30 juni dat het type zestig jaar oud is en er geen nieuwe onderdelen meer voor geleverd worden. Hoewel dit een oud type is, zijn de zelfs nog oudere eerste-generatie LW03 radarsysteem is nog steeds in gebruik. Er is ook andere HSA-technologie van die tijd die op dit moment door marines over de hele wereld gebruikt worden, van Spanje tot Thailand en van Finland over Egypte naar Argentinië. Dit soort technologie is niet nieuw, maar ook verre van onbruikbaar of achterhaald.

Bovendien zijn militaire leveringen verboden door het embargo, of het materiaal nu nieuw of oud is doet niet terzake. En dit gaat heel duidelijk om militaire technologie. De RAWL02mkII is ontworpen voor gebruik aan boord van grote en middelgrote marineschepen voor waarschuwing over lange afstand in de lucht en voor doelwitdetectie. "Wie het meest ziet, en ziet voordat iemand anders dat doet, heeft het voordeel ', zoals Thales zelf het gebruik van de LW03 ophemelt. Het is een van de vele projecten tussen BEL en Thales Nederland (en haar voorgangers Hollandse Signaal Apparaten (HSA) en Thomson CSF).

Oude vrienden gaan nauwer samenwerken

De laatste belangrijke ontwikkeling is een joint venture in 2014 tussen de twee bedrijven, opgericht voor het ontwerp, de ontwikkeling, marketing, levering en ondersteuning van de civiele en defensie radars voor de Indiase en de mondiale markten. Dat is precies wat er gebeurt in de Myanmar deal.

Zijn vertrouwen in de pas opgerichte Joint Venture etalerend, verklaart S. K. Sharma, Voorzitter en Managing Director van BEL, “We have always valued our partnership with Thales. We are confident that our JV Company will benefit from the significant technology transfers and support from Thales, and from the extensive industrial and design skills of BEL.” De Managing Director van Thales in India van zijn kant, liet optekenen dat “The incorporation of this joint venture company marks an important milestone in our 60 year-old association with BEL, and takes it to the next level. ”

Anno 2015 zijn verschillende conflicten in Myanmar geescaleerd. De strijd tegen de Rohingya-bevolking in het westen van Myanmar is een flagrant voorbeeld van geweldescalatie in het land, bovendien zijn er ook voortdurende gevechten tussen de boeddhistische en islamitische bevolkingsgroepen. Vanwege de gevechten, zijn veel Rohingya het land ontvlucht. In het noorden dwingen de gevechten tussen het leger en etnische Han-Chinezen tienduizenden burgers om te vluchten uit de grensstreek. In juni staken Indiase commando's de grens met Myanmar over als vergeldingsmaatregel tegen een hinderlaag in de Indiase staat Manipur begin deze maand. Op dit ogenblik het wapenembargo tegen Myanmar schenden is een zeer ernstige zaak met verregaande gevolgen.

Het probeem van het eindgebruik

In 2012 stemde het Vlaams parlement over een nieuw wapenhandeldecreet. Het was een omzeting van de Europese richtlijn 2009/43/EG over de liberalisering van de defensiemarkt. De manier waarop de omzetting gebeurde, had tot gevolg dat exportcontrole in de praktijk niets meer dan een lege doos is. Het grootste deel van het in het Vlaamse gewest geproduceerde militaire materiaal kan nu Vlaanderen verlaten zonder dat de eindgebruiker gekend is. Daarmee werd de deur opengezet voor uitvoer waarvoor nu geen exportvergunning zou worden verleend. Het verhaal van de export van Thales-technologie toont duidelijk aan hoe belangrijk een waterdichte controle op eindgebruik van wapentechnologie is.

Bron : Blog Stop Wapenhandel Nederland op www.stopwapenhandel.org

Europa en Wapenexport in Vraag en Antwoord
28-05-2015 -

Nieuw op deze website: Europa en Wapenexport in Vraag en Antwoord. Hierin beantwoorden we een aantal vaak gestelde vragen over wapenhandel, en zetten we alle cijfers en argumenten op een rijtje.

Nieuw op deze website: Europa en Wapenexport in Vraag en Antwoord. Hierin beantwoorden we een aantal vaak gestelde vragen over wapenhandel, en zetten we alle cijfers en argumenten op een rijtje.

Wist je dat Europa één van de grootste wapenexporteurs ter wereld is? Waar komen al die wapens precies terecht? Wie verdient eraan? Wie krijgt de kogels in zijn of haar lijf? Waarom is er zo weinig controle? Is het waar dat Europa nauwelijks exportvergunningen weigert?

Je leest het hier.

 

Wapenlobby opgedoekt
05-05-2015 -

Het kantoor van de wapenlobbygroep AeroSpace and Defence Industries Association of Europe (ASD) werd op 5 mei 2015 opgedoekt door vredesactivisten. Een twintigtal actievoerders deelden ontslagbrieven uit aan de werknemers en namen het kantoor over.

Het is 5 mei 2014. Vredesactivisten grijpen in op een plek waar de wapenhandellobby oorlogstuig aan de man brengt en ijvert voor soepele exportregels. We bevinden ons in het hart van het Europees kwartier te Brussel. Achter de gevels van de vele grijze kantoorgebouwen gaat een amalgaam van talloze bedrijven en hun lobbyorganen schuil. We stuiten op een gesloten schuifdeur waarachter het logo prijkt van AeroSpace and Defence Industries Association of Europe, afgekort als ASD. De vredesactivisten hebben een training 'ik stop wapenhandel' gevolgd. Ze stappen geweldloos het kantoor binnen en nemen het over. Ze delen ontslagbrieven uit aan de werknemers. De reden? Medeplichtigheid aan moordende wapenhandel…

ASD
Zestien grote Europese bedrijven en zevenentwintig nationale belangenverenigingen van de defensie- en luchtvaartindustrie uit twintig landen waaronder België, vormen samen de ASD. De ASD verdedigt de gemeenschappelijke belangen van haar leden en giet ze in beleidsaanbevelingen. Het versterken van de competitiviteit van deze sectoren is haar belangrijkste missie.
Zoals bij vele andere industriële belangenorganisaties hebben de grote spelers de touwtjes in handen. De bestuurszetels worden ingepalmd door de CEO’s van Europa ’s grootste wapenbedrijven o.a. van BAE Systems, Airbus Group, Finmeccanica, Thales, Rolls-Royce, Safran en Saab. De president is Mauro Moretti, tevens het hoofd van Finmeccanica. Via haar dochteronderneming AgustaWestland leverde Finmeccanica gevechtshelikopters aan repressieve regimes als Algerije, Libië en Turkije.

De controle brokkelt af
Als stem van de wapenindustrie spreekt de ASD met hooggeplaatste beleidsmakers binnen en buiten de Europese instellingen. Door haar bevoorrechte toegang tot en haar nauwe partnerschap met Europese instellingen drukt ze stevig haar stempel op het beleid. Dat kwam onder meer tot uiting bij de totstandkoming van twee Europese Richtlijnen in 2009. Dit “defensiepakket” vormt een van de belangrijkste Europese wetteksten over wapenhandel.
Sinds de jaren ’90 zien we in de Europese wapensector een uitdijende schaalvergroting. Op het continent ontstonden grote bedrijfsclusters die de concurrentie aangingen met Amerikaanse giganten. Interne exportcontroles tussen Europese lidstaten werden steeds meer als een hinderpaal ervaren in de ontwikkeling en verhandeling van wapensystemen. De wapenindustrie drong bij de Europese Unie aan om de interne defensiemarkt verder te liberaliseren om samenwerking tussen filialen in verschillende landen te vereenvoudigen.
Door de Europese Richtlijn van 2009 werden de exportcontroles voor de sector drastisch versoepeld in plaats van verstrengd. Wapenbedrijven kunnen vlot hun wapentuig doorvoeren van het ene Europese land naar het andere en vervolgens exporteren buiten de Europese grenzen via landen met lakse exportregels. Wapenexport bleef een nationale bevoegdheid, maar de controlemechanismen van de overheden verdwenen samen met wapens over de landsgrenzen. Doordat de Europese wapenmarkt op haar grenzen botst is zulke vlotte export buiten de EU essentieel voor de winstgevendheid van de sector. Dat we daarmee een katalysator van gewelddadige conflicten exporteren, speelt blijkbaar geen rol. Bijvoorbeeld in 2011, het jaar van de Arabische Lente, bedroeg de waarde van de Europese exportvergunningen naar de Arabische regio negen miljard euro, dubbel zoveel als in 2007.
Met het “defensiepakket” kreeg de wapenindustrie de “harmonisering” die het wou. In haar jaarrapporten klopte de ASD zichzelf op de borst voor het succes van haar intensief lobbywerk.
Vooraleer een wetsinitiatief te lanceren brengt de Europese Commissie vaak een 'groenboek' uit. Hiermee wil ze input krijgen van belanghebbenden. Zo werd nog voor het eigenlijke wetsvoorstel al rekening gehouden met de ingediende reacties door de ASD. Bij de 'medebeslissingsprocedure' die volgde, riep de ASD een speciale werkgroep in het leven om de lobbyinitiatieven van de vertegenwoordigde bedrijven en koepels te coördineren. Het hoofddoel was de gesprekken tussen het Europees Parlement en de Raad te beïnvloeden. Als kers op de taart gaf in mei 2008 Ake Svensson, de toenmalige president van ASD en CEO van Saab, een speech in het Europees Parlement. Later monitorde de ASD de lokale implementering van de Richtlijn en oefende druk uit waar ze het nodig achtte. De ASD had in het hele proces een bevoorrechte positie, van voorafgaande gesprekken tot het schrijven van de beleidsteksten en zelfs het opvolgen van de implementering.

Publiek geld voor wapens
Een ander domein waar de ASD lobbyisten hun invloed laten merken is dat van de onderzoekfinanciering. Om haar industriële basis te versterken zet de wapenindustrie in op de ontwikkeling van wapensystemen en bijhorende onderdelen. Ze wil daarvoor maar al te graag gretig meepikken uit allerlei subsidiepotjes.
Naar de letter van de wet mag Europees onderzoeksgeld niet gespendeerd worden aan de ontwikkeling van wapentechnologie. In de praktijk zien we dat binnen “FP7-Security”, dat liep van 2007 tot 2013, 1,4 miljard euro beschikbaar was voor “civiel veiligheidsonderzoek”. Daardoor kon de wapenindustrie toch intekenen op deze geldstromen, mits verpakking van haar intenties.
Momenteel loopt “Horizon 2020”. Hier wou de Europese Commissie de civiele focus als voornaamste speerpunt behouden, maar er zijn geen bezwaren wanneer de resultaten van onderzoek ook militaire capaciteiten kunnen versterken. Zogenaamde “dual-use” producten kunnen nu openlijk gefinancierd worden. De wapenlobby wrijft zich in de handen.
Momenteel effent de Europese Commissie het pad voor het volgende langetermijnbudget, van 2020 tot 2027. De wapenlobby hoopt de financiering van militair onderzoek definitief te verzilveren. Meer zelfs, via een “prepatory action” wil ze dit al vanaf 2017 lanceren buiten het huidige financieringsprogramma. Op de bijeenkomst van de Europese Raad in december 2013, terwijl Vredesactie met een actiedag de verdere militarisering van de EU aan de kaak stelde, werd beslist om een “high-level group of personalities” op te richten die zich over dit alles zou buigen. Dit “onafhankelijk adviesorgaan” is sinds kort actief. Zeven van de zeventien leden komen rechtstreeks uit de beleidsraad of werkgroepen van de ASD. Europa's grootste wapenbedrijven dicteren opnieuw het beleid. Het is niets nieuws onder de zon dat soortgelijke groepen zich bewegen over Europese beleidsdomeinen. Zoals voorheen ontbreken kritische stemmen nagenoeg.

Tijd om hen te stoppen
Achter gesloten deuren ontmoeten wapenhandelaars beleidsmakers, lobbyen ze voor soepele exportregels en verkopen ze hun wapens. Met een beleid op maat van de wapenindustrie zijn de Europese waarden slechts een doekje voor het bloeden. De Europese wapenexport behoort tot de grootste van de wereld. Dat is problematisch. Wapens zijn immers geen neutrale producten. Ze zijn de brandstof van bloedige conflicten. Wapens hebben ook geen houdbaarheidsdatum. Ze duiken op bij oorlogen en mensenrechtenschendingen wereldwijd. Vredesactivisten proberen wapenhandel te stoppen. Het ASD kantoor werd tijdelijk opgedoekt. De business as usual werd verstoord totdat de politie ingreep. Dit is slechts het begin. Doe mee en laat wapenhandelaars niet langer ongestoord hun zaakjes kunnen doen.

foto's van de actie op 5 mei: http://www.flickr.com/photos/vredesactie/
film van de actie : www.youtube.com/vredesactie
facebookpagina : https://www.facebook.com/Istopthearmstrade.eu
twitter : www.twitter.com/vredesactie

Lobbytour op zondag 26 april
03-04-2015 -

Weet u wie er in Brussel aan de touwtjes trekt? Ontdek het op deze alternatieve stadswandeling door de Europese wijk

Beleidsbeïnvloeding is van alle tijden. Wie iets in de pap te brokken wil hebben, zorgt er best voor dat hij zich dichtbij de bron bevindt. Grote bedrijven steken veel tijd en geld in contacten met onze politici. Hiervoor maken ze gebruik van lobbyisten, professionele verkopers die de belangen van hun bedrijf behartigen. In de Europese wijk in Brussel, dichtbij de Europese instellingen, zijn tussen de 15 000 en 30 000 lobbyisten in de weer.

Ook de wapenindustrie is er goed vertegenwoordigd en verzekert zich zo van een stevige stempel op het EU beleid. Hoe ze dat doen? Vredesactie zocht het uit en u komt het te weten op de Lobbytour.

De Lobbytour start om 14u en eindigt om 16u.
Schrijf je in, of contacteer ons voor meer info op lobby@vredesactie.be

Europese defensiebedrijven op zoek naar klanten in Abu Dhabi
24-02-2015 -

Nils Duquet van het Vlaams Vredesinstituut schreef voor Mo* een analyse over IDEX en de Europese wapenhandel met het Midden-Oosten.

Nog tot donderdag 26 februari loopt in Abu Dhabi in de Verenigde Arabische Emiraten de tweejaarlijkse IDEX-wapenbeurs. Ongeveer alle belangrijke defensiebedrijven brengen er hun koopwaar aan de man. “De afgelopen jaren is het Midden-Oosten, mede als gevolg van de economische crisis in Europa, steeds belangrijker geworden als afzetmarkt van Europese wapensystemen.” Nils Duquet van het Vlaams Vredesinstituut schreef voor Mo* een analyse over IDEX en de Europese wapenhandel met het Midden-Oosten.

Lees het hele artikel op mo.be

Nils Duquet is op dinsdag 21 april om 18u00 te gast bij Vredesactie. Hij geeft tekst en uitleg over Europese wapenhandel, en beantwoordt onze vragen. Meer info op www.vredesactie.be

Meer dan 400 Europese wapenbedrijven naar wapenbeurs in het Midden-Oosten
19-02-2015 -

Meer dan 400 Europese wapenbedrijven gaan van 22 tot 26 februari naar de jaarlijkse IDEX wapenbeurs in Abu Dhabi (Verenigde Arabische Emiraten).

De Europese wapenexport doet het goed, we exporteren wereldwijd en meer dan een kwart van onze wapens gaan naar het Midden-Oosten. Voor 2012 spreken we over een 4500-tal exportlicenties naar de Arabische wereld voor een totale waarde van ongeveer 10 miljard euro. Ondanks de conflicten in de regio en de Arabische lente (waarbij vele regimes zich tegen hun eigen bevolking keerden), werd slechts 2 à 3 % van de exportaanvragen door de Europese exporterende landen geweigerd. De beschikbare data tonen zelfs aan dat de Europese wapenexport naar de Arabische wereld tussen 2007 en 2012 ongeveer verdubbelde.

Al die wapens hebben geen houdbaarheidsdatum en blijven lang in omloop. Europese wapens en munitie gooien olie op het vuur en voeden de conflicten die aan onze buitengrenzen woeden.

Meer dan 400 Europese wapenbedrijven gaan van 22 tot 26 februari naar de jaarlijkse IDEX wapenbeurs in Abu Dhabi (Verenigde Arabische Emiraten). Het Verenigd Koninkrijk (71), Frankrijk (58) en Duitsland (68) zijn de koploperers, gevolgd door Italië (31), Tsjechië (29)en Zwitserland (27).

Grote wapenbedrijven zoals BAE Systems (UK), Finmeccanica (IT) en Airbus (FR) ontbreken natuurlijk niet op het appel. De volledige lijst van de 400 Europese bedrijven die op IDEX hun wapens aan de man brengen kan je hier op de pagina van de beurs raadplegen.

Er zijn 14 bedrijven uit Nederland die met een stand op de IDEX wapenbeurs staan. Ze worden hierbij ondersteund door de ministeries van Economische Zaken, Buitenlandse Handel en Defensie. Nederlands Defensieminister Hennis leidt de militaire handelsmissie. Duizenden Nederlanders vroegen hun politici met een petitie om de handelsmissie te annuleren.

Belgische delegatie

Vanuit België gaan er 7 bedrijven naar Abu Dhabi, ondersteund door hun belangenvereniging de Belgium Security & Defence Industry (BSDI)  Sappig detail: in Europa is België de grootste uitvoerder van lichte wapens en munitie naar het Midden-Oosten.

  • CMI Defence (Loncin, Luik), producent van wapensystemen voor lichte en middelzware pantserwagens.
  • FN HERSTAL (Herstal, Luik), producent van een heel gamma van vuurwapens en accessoires. FN Herstal is volledig in handen van het Waals Gewest en stelt 2400 mensen tewerk.
  • MECAR (Petit-Roeulx-lez-Nivelles, Henegouwen), producent van een heel gamma van munitie voor zware artillerie. Ook granaten, explosieven en mortieren.
  • Red Star Forwarding & Logistics (Antwerp, België), een gecertifiëerd transportbedrijf voor strategisch en militair materiaal. 
  • Seyntex N.V. (Tielt, Oost-Vlaanderen) een hoog technologisch textielbedrijf gespecialiseerd in militaire, politie en bewakingstextiel (kogelvrije vesten, militaire kleding en textiel)
  • TekMast (Genk, Limburg), een bedrijf met een nieuwe sectionele “lichtgewicht” mast die ontwikkeld werd met meer dan 30 jaar ervaring in de militaire sector. 
  • Xenics (Leuven, Brabant), een pionnier in infra-rood technologie met militaire en veiligheidstoepassingen. Camera en detectietechnologie. Xenics gaat er prat op dat ze door haar klanten gemakkelijke exportprocedures verschaft.
Actietrainingen 'Ik stop wapenhandel'
03-02-2015 -

Volg een actietraining en bereid je actief voor op directe geweldloze acties bij wapenhandelaars en lobbyisten.

Onze Europese wapenhandel houdt bloedige conflicten aan de gang. Dat moet stoppen en liefst nu. Het gaat tenslotte om mensenlevens. We brengen 'ik stop wapenhandel' in de praktijk en verhinderen geweldloos dat wapenhandelaars hun oorlogstuig verkopen of ijveren voor soepele exportregels. We grijpen in tijdens wapenbeurzen, conferenties van wapenlobbygroepen, lobby-evenementen,...

Meedoen?

Volg een actietraining en bereid je actief voor op directe geweldloze acties bij wapenhandelaars en lobbyisten. Je ontdekt er de valkuilen, oefent op hoe je geweldloos kan omgaan met mogelijke provocaties, tekent geweldloze actiescenario's uit en leert wat er kan gebeuren bij arrestatie. Een trainingsdag start om 10u en eindigt ten laatste om 18u. Deelname is gratis, inschrijven verplicht.

Geplande actietrainingen 'Ik stop wapenhandel':

zondag 22 maart training 'Ik stop wapenhandel' in Antwerpen
zaterdag 28 maart training 'Ik stop wapenhandel' in Gent
zondag 19 april training 'Ik stop wapenhandel' in Brussel

Schrijf je in via: ikstopwapenhandel@vredesactie.be of 03/281 68 39

Meer weten over de campagne Ik stop wapenhandel.eu?

Kom naar het info-moment in Antwerpen, op donderdag 19 februari om 20u in het EcoKot.

Of naar het info-moment in Gent, op donderdag 19 maart om 19u30.

 

 

Europese wapenhandel, katalysator van conflicten
19-12-2014 -

Wapenexport: Verantwoordelijkheden van overheden en controlemechanismen verdwijnen samen met wapens over landsgrenzen.

Europa is een van de grootste wapenexporteurs ter wereld. Zes Europese bedrijven: BAE Systems, EADS, Cassidian, Finmeccanica, Thales en Rolls Royce staanin 2013 in de top vijftien van grootste wapenbedrijven ter wereld. De Europese wapenindustrie had in 2012 een omzet van 96 miljard euro. Bijna 40 miljard daarvan was bestemd voor de export. In 2012 leverden de Europese landen 47.868 wapenexportvergunningen af. Slechts 459 werden geweigerd. In 2011, het jaar van de Arabische Lente, bedroeg de waarde van de Europese exportvergunningen naar de Arabische regio 9 miljard euro, dubbel zoveel als in 2007.

“Een veilig Europa in een betere wereld” zo luidt de titel van de Europese veiligheidsstrategie die in december 2003 door de Europese Raad werd goedgekeurd. Hierin wordt erkend dat Europa niet los staat van de rest van de wereld en dat interne en externe veiligheid onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Ook lezen we dat economische verhoudingen een bron van (gewelddadige) conflicten kunnen zijn en dat een handelsbeleid daarom een krachtig instrument van conflictpreventie kan zijn. Met preventie van conflicten kan bovendien 'niet vroeg genoeg begonnen worden' en 'conflicten vergen politieke oplossingen'. Deze elementen zouden zo uit een tekst van Vredesactie kunnen komen. Helaas strookt de praktijk niet met deze mooie retoriek.

De EU stimuleerde de voorbije jaren de uitbouw van een Europese defensie-industrie. Een industrie die expansieve wapenhandel naar conflictregio’s broodnodig heeft om winstgevend te zijn. In 2012 was veertig procent van de omzet van de Europese wapenindustrie bestemd voor de export. Europese wapens duiken op in conflicten en bij mensenrechtenschendingen wereldwijd. Van de eenenvijftig regimes die door de Economist Intelligence Unit's Democracy Index 2012 als ‘autoritair’ bestempeld worden, konden er drieënveertig wapens kopen in de Europese Unie. Het toont aan dat een laks Europees wapenexportbeleid als katalysator kan fungeren voor conflicten wereldwijd.

Hoe? Wie?
Wapenexportcontrole is een nationale bevoegdheid. Het zijn de nationale regeringen die wapenexportvergunningen weigeren of goedkeuren en ze doen dat volgens hun eigen procedures. In België is de wapenexportcontrole grotendeels toegewezen aan de gewesten.
Maar op 8 december 2008 werd het gemeenschappelijk Europees standpunt over wapenexport goedgekeurd door de Europese Raad. Dit harmoniserend kader is bepalend voor het beleid van de Europese lidstaten en regio’s en is dan ook vooral een oefening in het neerschrijven van de grootste gemene deler.
Net als in het nationale beleid voor wapenexport zit er in die grootste gemene deler een serieuze contradictie. Enerzijds worden acht criteria opgelijst die wapenexport moeten beperken. Anderzijds wil men een sterke wapenindustrie, en daarvoor is (meer) wapenexport van cruciaal belang.
Volgens het gemeenschappelijk standpunt moeten de beperkende criteria altijd boven de commerciële belangen van de wapenindustrie staan. De praktijk wijst echter anders uit. In 2011, het jaar dat de Arabische Lente volop woedde, bedroeg de waarde van de Europese exportvergunningen naar deze regio 9 miljard euro, een miljard meer dan in 2010 en dubbel zoveel als in 2007. Nagenoeg veertig procent van de Belgische wapenexport is rechtstreeks bestemd voor de Arabische landen. Bijna de helft van alle Europese vuurwapens en hun munitie die naar het Midden-Oosten worden uitgevoerd, is afkomstig uit België, zo schreef de krant De Standaard in 2013. Saoedi-Arabië koopt zoveel lichte wapens uit België dat “Saoedische soldaten vijf armen moeten hebben om al die wapens te kunnen dragen”.
Het toekennen van de vergunning door de Waalse regering voor de verkoop van FN-wapens bestemd voor de elitetroepen van Khadaffi is een sprekend voorbeeld van hoe commerciële belangen zwaarder doorwegen dan ethische criteria. Na verschillende negatieve adviezen, en zelfs een schorsing door de Waalse Conseil d'Etat van de eerder verleende vergunning, gaf de Waalse minister president Ruddy Demotte in 2010 toch zijn fiat voor de wapenleveringen. Hoewel het conflict in Libië nog niet in alle hevigheid was losgebarsten, waren de mensenrechtenschendingen en het ondemocratische beleid genoegzaam bekend.

In het rapport 'Vlaamse buitenlandse wapenhandel 2013', van het Vlaams Vredesinstituut (VVI) worden harde conclusies getrokken omtrent het Vlaamse wapenhandeldecreet dat uitvoering geeft aan de Europese richtlijn rond wapenhandel. Ongeveer de helft van de voorheen vergunde wapenexport is van de radar verdwenen. Het gaat over producten die niet op de Europese controlelijst staan, maar wel een militair eindgebruik hebben. Van onze gekende wapenexport gaat een deel naar andere EU-landen. Op basis van de Europese regelgeving laat Vlaanderen in grote mate toe dat er met "algemene vergunningen" wordt gewerkt. Dat betekent dat die transacties van wapens binnen de EU zonder voorafgaande procedure kunnen verlopen met gecertificeerde klanten. Rapportage moet pas achteraf gebeuren, zodat parlementaire controle pas mogelijk is lang na de feiten. "We hebben slechts gedeeltelijk een beeld van de overbrenging van producten binnen de EU", aldus Tomas Baum van het VVI. Voor de wapens die Vlaanderen uitvoert naar landen buiten de EU is er wél een voorafgaande controle. Maar voor dit deel van de export is maar voor de helft van de gevallen de eindgebruiker van de wapens bekend.
Kortom: onze wetgeving voor wapenexport is zo lek als een zeef. Verantwoordelijkheden van lokale overheden en controlemechanismen verdwijnen samen met wapens over landsgrenzen.

Wat als?
Wanneer wapenfabrikanten nieuwe (gesubsidieerde) wapentechnologie ontwikkelen, willen ze er geld mee verdienen. Ze halen alles uit de kast om iedereen wereldwijd er toe aan te zetten die nieuwe wapens te kopen. Of de wapens tegemoet komen aan een reële veiligheidsbedreiging is zelfs irrelevant. Desnoods zorgt een marketingcampagne daar wel voor. Soms is het niet duidelijk meer of beleidsbeslissingen uit een militaire logica voortvloeien of uit een economische. Vaak wordt er geen moeite gedaan om de economische logica te verhullen.
Maar stel je voor dat de EU, zoals ze in haar veiligheidsstrategie zelf aangeeft, haar handelsbeleid gebruikt als een krachtig instrument van conflictpreventie. Dan zouden geen 459 wapenexportvergunningen worden geweigerd maar 45.900. De defensie-industrie zou veertig procent van haar inkomsten verliezen. Met wapens zou geen geld meer verdiend worden. De druk van wapenhandelaars op ons veiligheidsbeleid zou verschrompelen.
Wat als er in Libië, in Syrië, in Israël, in Irak, Mexico, Mali, Nepal ... geen Europese wapens meer zouden zijn?
Laat ons ermee beginnen: ikstopwapenhandel.eu

Europa: één van de grootste wapenexporteurs
19-12-2014 -

Onze Europese wapenhandel heeft mee ontembare monsters geschapen. Het opduiken van Europese wapens bij conflicten en mensenrechtenschendingen blijkt schering en inslag. De gruwel in propere cijfers.

Onze Europese wapenhandel heeft mee ontembare monsters geschapen. Het opduiken van Europese wapens bij conflicten en mensenrechtenschendingen blijkt schering en inslag. Van de eenenvijftig regimes die door de Economist Intelligence Unit's Democracy Index 2012 als ‘autoritair’ bestempeld worden, konden er drieënveertig in de Europese Unie wapens kopen. Het toont aan dat een laks Europees wapenexportbeleid als katalysator kan fungeren voor conflicten wereldwijd.

De gruwel in propere cijfers

In de top vijftien van grootste wapenbedrijven ter wereld vinden we vijf Europese bedrijven: BAE Systems, EADS, Finmeccanica, Thales en Safran.
De Europese wapenindustrie had in 2012 een omzet van 96 miljard euro, bijna 40 miljard daarvan was bestemd voor export. Wapenexport vormt een lucratieve zaak en is essentieel voor de rentabiliteit van de Europese defensie-industrie. In 2012 leverden de Europese landen 47.868 wapenexportvergunningen af, slechts 459 werden geweigerd.
De cijfers geven een indicatie van de minimale export, we mogen vermoeden dat de werkelijke omvang nog groter is.

In 2011, het jaar van de Arabische Lente, bedroeg de waarde van de Europese exportvergunningen naar de Arabische regio negen miljard euro, dubbel zoveel als in 2007.
Saoedi-Arabië is veruit de belangrijkste afnemer. Op vijf jaar tijd leverden Europese lidstaten de Saoedi's voor meer dan tien miljard euro aan wapens. Dit terwijl geweten is dat het land een belangrijke bevoorradingsbron is van jihadische terrorismenetwerken in de regio. Veel van de wapens die vanuit Saoedi-Arabië bestemd waren voor de Syrische oppositie, vielen in handen van groeperingen als de Islamitische Staat (IS). Een zoveelste bewijs dat een laks Europees wapenexportbeleid als katalysator kan fungeren voor conflicten wereldwijd.

Gebrek aan wetgeving

De Europese Unie wordt omschreven als een civiel project waarin de wil tot vrede een centrale drijfveer is. Maar dit plaatje blijkt hoe langer hoe minder te stroken met de realiteit. Europa is één van de grootste wapenexporteurs ter wereld en enkele van de grootste defensiebedrijven zijn gevestigd in Europa. De handel tussen de verschillende EU-landen is open, ook voor wapens. Bedrijven kunnen zonder problemen wapentuig transporteren van het ene EU-land naar het andere. Maar de EU heeft ook geen afdwingbare criteria voor wapenexport naar landen buiten de EU. Gevolg: Europese wapenbedrijven exporteren wapens wereldwijd via het Europese land met de meest lakse wapenwet. Lobbyisten van de wapenindustrie wisten hiermee hun slag thuis te halen.

Principes versus economie

In 2008 schaarden alle EU-lidstaten zich achter het Gemeenschappelijk Standpunt over wapenexport. Daarin werd afgesproken om acht criteria in overweging te nemen bij het afleveren van wapenexportvergunningen door nationale regeringen. Er dient bijvoorbeeld gekeken te worden naar potentiële mensenrechtenschendingen, de mogelijke aanwakkering van conflicthaarden en het gevaar dat wapens in verkeerde handen vallen. Deze normatieve criteria zijn echter uiterst rekbaar en ook niet afdwingbaar voor een rechtbank. Bovendien zit in hetzelfde beleidsdocument de versterking van de Europese wapenindustrie expliciet vervat. Principes over vrijheid en democratie worden door lidstaten bijzonder gemakkelijk onder de mat geveegd wanneer ze potentieel nadelige effecten hebben op de competitiviteit van de eigen wapenbedrijven.

Deze poging tot Europese harmonisering vormt dus slechts ‘soft law’ en staat in schril contrast met de stevig verankerde liberalisering van de defensiemarkt. Na de fusiegolven sinds de jaren ’90 in de Verenigde Staten zagen we ook in de Europese defensiesector een uitdijende schaalvergroting. Daarbij werden interne exportcontroles steeds meer als een hinderpaal ervaren in de ontwikkeling en verhandeling van wapensystemen. De Europese Unie wilde de interne defensiemarkt verder liberaliseren en samenwerking over de landsgrenzen vereenvoudigen. Met een Europese richtlijn van 2009 werden de exportcontroles voor de sector dan ook drastisch versoepeld in plaats van verstrengd. Defensiebedrijven moeten bij intra-Europese handel geen afzonderlijke vergunningen meer aanvragen, maar enkel hun uitvoer zelf registreren om eventuele controle achteraf mogelijk te maken. Maar in die registers worden alleen de onmiddellijke bestemmelingen opgenomen. Informatie over de eindgebruikers is er niet te vinden. Overheden verliezen dus elk zicht op waar het op hun grondgebied geproduceerd militair materiaal naartoe gaat.

De mazen zijn groter dan het net

Gezien er amper sprake is van een gemeenschappelijk beleid over Europese wapenexport, staat de deur dan ook open voor ontwijkingsmanoeuvres via de lidstaat met de zwakste controle. Nationale exportregels kunnen eenvoudig omzeild worden door soepele doorvoermogelijkheden via lidstaten met een meer lakse wetgeving. Het is dus niet verwonderlijk dat in Europa gefabriceerde wapensystemen opduiken in clandestiene netwerken en bij bedenkelijke regimes.

Voor Vlaanderen geldt bijvoorbeeld dat bij ongeveer twee derde van de wapenexport de uiteindelijke eindgebruiker niet gekend is. De laatst gekende gebruikers zijn dan meestal buitenlandse bedrijven in een andere lidstaat. Bovendien heeft een onbekende hoeveelheid Vlaamse technologie een militair eindgebruik, maar geen vergunningsplicht omdat het om zogenaamde 'dual-use' toepassingen gaat. Hiermee verdwijnen militaire producten die mogelijk ook een civiele toepassing hebben volledig van de radar.

De wapenlobby: kind aan huis bij de Europese instellingen

Het initiële Europese vredesproject wordt overschaduwd door de uitbouw van een ondemocratisch militair-industrieel-complex. De eenmaking van de Europese wapenmarkt kwam er op aandringen van enkele machtige ondernemingen, in de hoop kleinere spelers uit de markt te concurreren. Bij de totstandkoming van de Europese richtlijn om dit te verwezenlijken, ging de Commissie te rade bij vertegenwoordigers van wapenbedrijven als EADS, BAE Systems, Thales en Finmeccanica. De Europese koepelorganisatie van de defensie-industrie (ASD) speelde een actieve rol in het bediscussiëren en zelfs amenderen van de richtlijn.

In de achterkamertjes in Brussel en elders in Europa ontmoeten beleidsmakers, wapenhandelaars en lobbyisten elkaar achter gesloten deuren. Want hoewel er geen sprake is van een gemeenschappelijke visie op het Europees buitenlands- en veiligheidsbeleid, klinken er in de wandelgangen van de Europese instellingen machtige stemmen die hameren op de noodzaak aan een sterke en competitieve wapenindustrie. Via draaideurpolitiek, adviesgroepen en lobbykanalen hebben wapenhandelaars een bevoorrechte toegang tot de Europese besluitvorming om hun bedrijfsbelangen behartigd te zien. Wat goed is voor het bedrijfsleven dient het algemeen belang, zo luidt de redenering. Maar als er één sector is waarvoor dit zeker niet opgaat, dan is het wel de wapenindustrie.

Zowel bij regionale als Europese beleidsmakers ontbreekt de politieke wil om de criteria voor wapenhandel te verstrengen en juridisch afdwingbaar te maken. Maar als Europa als vredesproject nog enige geloofwaardigheid wil hebben, moet ze daar dringend werk van maken.

Pagina's