Leiden meer militaire uitgaven wel tot meer veiligheid?
23-05-2017 -

Onderstaande tekst verscheen op 23 mei 2017 als opiniestuk in De Morgen
Deze week zakt Amerikaans president Trump af naar Brussel voor een bijeenkomst van de NAVO. Een wederkerend mantra is dat Europese landen hun militaire uitgaven drastisch moeten verhogen. Cruciale vragen blijven echter onbeantwoord. Waar moeten die uitgaven toe dienen? Leiden meer militaire uitgaven wel tot meer veiligheid?

Onderstaande tekst verscheen op 23 mei 2017 als opiniestuk in De Morgen

Deze week zakt Amerikaans president Trump af naar Brussel voor een bijeenkomst van de NAVO. Een wederkerend mantra is dat Europese landen hun militaire uitgaven drastisch moeten verhogen. Cruciale vragen blijven echter onbeantwoord. Waar moeten die uitgaven toe dienen? Leiden meer militaire uitgaven wel tot meer veiligheid?

“De NAVO is overbodig”. Met die uitspraak gooide Amerikaans president Trump tijdens zijn verkiezingscampagne de knuppel in het Europese hoenderhok. Hoewel hij over de NAVO intussen een bocht maakte van 180 graden, staat defensie sindsdien hoog op de Europese agenda. Steeds meer stemmen pleiten voor een Europa dat instaat voor haar eigen bewapening.

Het probleem echter is geen gebrek aan wapens, wel een gebrek aan politieke visie.

Geven we te weinig uit aan defensie?

Een blik op de cijfers relativeert deze stelling alvast. Europa geeft allesbehalve te weinig uit aan defensie. In 2015 spendeerden de Europese lidstaten het astronomische bedrag van 203.143 miljard euro aan defensie.

Ter vergelijking, dat is 3,5 keer meer dan het defensiebudget van Rusland. Sinds het eind van de Koude Oorlog spendeerden Europese lidstaten stelselmatig meer dan Rusland. Als het resultaat daarvan zou zijn dat NAVO-landen nog steeds veel zwakker zijn, dan is er iets grondig fout gegaan.

Een wederkerend mantra is dat de EU lidstaten niet voldoen aan de NAVO 2 procent norm. Deze norm bepaalt dat NAVO-lidstaten twee procent van hun BBP moeten spenderen aan defensie. De vraag of die militaire investeringen ook tegemoet komen aan een reële veiligheidsnood, wordt niet gesteld. Die 2% is op zich een absurde afspraak. Een land met een negatieve economische groei is volgens deze filosofie plotseling veiliger, want mag besparen op defensie. Dergelijke symboolpolitiek brengt stabiliteit noch veiligheid een stap dichterbij.

Zwaarbewapende club zonder visie

Maar is een Europese defensie dan niet efficiënter? Als alle 28 landen in plaats van apart te beslissen hoe ze hun defensiebudgetten besteden dat samen zouden doen, zijn we efficiënter bezig. Toch?

Dat brengt ons bij de kern van de zaak: welke doelstelling moet die Europese defensie dienen? Daar knelt het schoentje, want een defensiebeleid ligt in het verlengde van een buitenlandbeleid en laat dat nu net een beleidsdomein zijn waarover de 28 Europese lidstaten het zelden eens zijn.

Wanneer Europese landen ergens militair tussenbeide komen, doen ze dat steeds in wisselende coalities. Over de aanpak van de crisissen in Syrië en Libië waren de EU lidstaten het in het verleden altijd fundamenteel met elkaar oneens.

Zonder eengemaakt Europees buitenlands beleid is een gemeenschappelijke defensie voorbarig. Of zoals professor EU studies Hendrik Vos onlangs schreef “het belangrijkste onderscheid tussen een leger en een roversbende is dat een leger politiek wordt aangestuurd”.

Zorgen hoge(re) defensie uitgaven voor meer veiligheid?

Decennialang hebben politieke leiders de mythe verkocht dat meer wapens en meer militaire uitgaven zullen leiden tot meer veiligheid. De militaire interventies in Libië en Afghanistan zorgden echter net voor een intensifiëring van die conflicten. Vandaag zijn die landen er erger aan toe dan ooit. Meer militaire investeringen gaan geen zoden aan de dijk brengen en dreigen gemaakte mislukkingen te herhalen.

Albert Einstein zei ooit “waanzin is steeds opnieuw hetzelfde doen, en dan verschillende uitkomsten verwachten”. Volgens deze definitie is ons defensiebeleid rijp voor een psychiatrische behandeling.

Vredesactivisten verstoren EU workshop voor wapenindustrie
28-03-2017 -

Vandaag voerden een twintigtal vredesactivisten actie aan het Europees Defensie Agentschap (EDA) in Brussel. Daar vindt een workshop plaats om de wapenindustrie te informeren over de ondersteuningsmaatregelen die de Europese Unie hen biedt.

De vredesactivisten liggen in een plas rode verf en verhinderen zo de toegang tot de workshop. “Terwijl het Midden-Oosten in brand staat, komen wapenhandelaars hier hun zakken vullen met belastinggeld”, zegt één van de actievoerders. “De EU subsidieert een industrie met bloed aan de handen”.

Sinds dit jaar geeft de Europese Unie voor het eerst 90 miljoen euro voor militair onderzoek aan de wapenindustrie. Dat is een voorbereidend onderzoeksprogramma. De Europese Commissie stelt voor om vanaf 2021 een grootschalig onderzoeksprogramma te starten van 3,5 miljard euro voor zeven jaar.

“Het is beschamend dat een industrie die aanzienlijke winsten boekt met het verkopen van dodelijk wapentuig, daarbovenop nog subsidies krijgt van de EU. Een industrie met 100 miljard euro omzet per jaar kan haar eigen Research & Development betalen.” zegt Bram Vranken, woordvoerder van Vredesactie.

Geen enkele garantie dat wapens niet terechtkomen in conflictgebieden

De ontwikkeling van autonome wapens en drones is één van de Europese onderzoeksprioriteiten. Deze wapens zijn controversieel. Het Europees Parlement riep in 2014 op tot ontwapening van gewapende drones en een verbod op de ontwikkeling van autonome wapens. Ook duizenden wetenschappers waarschuwden in een open brief voor de risico’s van een wapenwedloop in autonome wapens.

Volgens Vredesactie is het reëel dat de met Europees geld ontwikkelde wapens in de verkeerde handen terecht komen. “De technologie wordt eigendom van de betrokken wapenbedrijven”, zegt Vranken. “Er staat deze bedrijven niets in de weg om deze wapens daarna te exporteren naar conflictgebieden.”

“Dat de Europese Unie publieke middelen zou gebruiken voor militair onderzoek is niet alleen absurd, maar ook onethisch. En het brengt onze veiligheid geen stap dichterbij.”, zegt Vranken.

www.facebook.com/Istopthearmstrade.eu
www.ikstopwapenhandel.eu

 

 

Hoezo geen Vlaamse wapenexport naar Saoedi-Arabië?
27-03-2017 -

“Vlaanderen exporteert geen wapens naar Saoedi-Arabië”. Dat zei de regering Bourgeois gisteren naar aanleiding van een oproep van minister voor ontwikkelingssamenwerking Alexander de Croo voor een wapenembargo op Saoedi-Arabië. Het is nochtans waarschijnlijk dat er wél Vlaamse wapens terecht komen in Saoedi-Arabië, de Vlaamse regering weet het gewoon niet.

Onderzoek van het Vlaams Vredesinstituut uit 2011 onthulde dat de Saoedische Eurofighter gevechtsvliegtuigen uitgerust zijn met radarapparatuur geproduceerd door Advionics, een Vlaams bedrijf. Deze werden in eerste instantie geëxporteerd naar Duitsland, maar belandden uiteindelijk toch in Saoedi-Arabië. De Vlaamse regering wist echter van niets.

In mei vorig jaar bezetten actievoerders daarom meer dan 12 uur lang het dak van Advionics. Ze ontrolden spandoeken en sloegen er hun tenten op. In de dagen daarna kregen alle Vlaamse parlementsleden meer dan 600 berichten in hun mailbox van bezorgde Vlamingen. "Ik wil met deze mail uw aandacht vragen voor een schrijnende tekortkoming van de Vlaamse wapenhandelwetgeving," schreven ze. "De Vlaamse regering weet amper waar Vlaamse wapens terecht komen."

Ondertussen kunnen we er niet meer naast kijken: de aanslepende Saoedische bombardementen hebben een humanitaire catastrofe veroorzaakt in Jemen. Miljoenen mensen lijden honger. Hospitalen, scholen en havens werden met de grond gelijk gemaakt. Dat hierbij Vlaamse wapens worden ingezet is hallucinant.

Regering weet amper waar Vlaamse wapens terecht komen

De regering Bourgeois zei gisteren dat er geen export is naar Saoedi Arabië. In werkelijkheid heeft de Vlaamse overheid er geen flauw benul van waar haar wapens terecht komen. In 2015 was 69,4 procent van het eindgebruik ongekend. Het Vlaams wapenhandeldecreet werkt voor intra-Europese export met een systeem van algemene vergunningen. Het eindgebruik van een algemene vergunning is per definitie ongeweten.

Afwegingen inzake veiligheid, vrede en mensenrechten worden bij het huisvuil gezet ten voordele van economisch gewin. Het Saoedisch gebruik van de Vlaamse radarsystemen is een schrijnend voorbeeld van de gevolgen van zo'n beleid.

Vlaamse regering kan haar beloften niet waarmaken

Officieel voert Vlaanderen geen wapens uit naar Saoedi-Arabië. Iedereen is het erover eens dat dat geen goed idee is. Ook bevoegd minister Geert Bourgeois. Maar hoe kan de Vlaamse regering die belofte waarmaken, als we van het merendeel van de uitgevoerde wapens geen idee hebben waar ze terecht komen?

De Vlaamse regering stelde vorige week een herziening van het wapenhandeldecreet voor. In dat voorstel wordt het probleem van het ongekend eindgebruik niet opgelost. Een gemiste kans. Dit is hét moment om de daad bij het woord te voegen en te zorgen dat er geen wapens meer via een omweg in Saoedi-Arabië belanden. Want zolang de Vlaamse regering niet weet waar haar wapens terecht komen, blijft het Vlaams wapenexportbeleid in het duister tasten.

-------------
Video met actieverslag van mei 2016: https://www.facebook.com/Istopthearmstrade.eu/videos/473326696195751/

Opinie: EU defence policy ready for psychiatric treatment
22-03-2017 -

Calls for a more militarised Europe have grown and grown, while the EU Council recently concluded that “Europe must commit additional resources” to defence. But increasing military expenditure is not the way forward.

Calls for a more militarised Europe have grown and grown, while the EU Council recently concluded that “Europe must commit additional resources” to defence. But increasing military expenditure is not the way forward.

This article appeared on Euractiv.

Albert Einstein once said that insanity is doing the same thing over and over again and expecting different results. According to this definition our defence policy is ready for psychiatric treatment.

With mounting pressure from the Trump administration to increase military expenditure, defence spending is high on the European agenda.

In November, the Commission proposed measures which would earmark €3.5 billion of the EU budget to the arms industry to develop new military technologies from 2021 onward, with the objective of boosting “the competitiveness of the European arms industry”.

Other measures include wider access to EU funds such as COSME (for SMEs), regional funds and Erasmus +, as well as new funding from the European Investment Bank for military projects.

More military expenditure, however, won’t lead to peace and security. The problem isn’t the lack of weapons, but the lack of political vision for sustainable peace.

Do we really not spend enough on defence already?

A look at the total sum of military spending puts things into perspective. EU member states combined are the second biggest military power in the world. Only the United States spend more on defence.

In 2015 alone, EU countries spent the astronomical sum of €203.14 billion on their armies and weaponry.

By comparison, the Russian military budget is approximately €60 billion a year. Since the end of the Cold War, EU member states have systematically overspent Russia by a factor of more than three to one. If the result is that Europe is still military weaker than Russia, then something has gone terribly wrong with our taxpayers’ money.

Under the NATO framework EU members have regularly reiterated their commitment to spend 2% of their GDP on the military sector. This would mean a drastic increase of €85 billion annually leading to severe budget cuts in other budget lines such as social security and development aid, but won’t make us safer.

But isn’t a European army more efficient? If all 28 countries would join their military budgets that would mean more bang for one’s buck, wouldn’t it?

That’s the big question: which objectives should a common European defence policy serve? What operations would a European army be involved in?

A defence policy is never a goal on itself but is only one of the instruments of a foreign policy. As long as a European foreign policy is lacking, a European defence policy is premature.  The most important distinction between an army and a gang of robbers is that an army is politically controlled.

Giving money to the arms industry, as proposed by the European Commission, without resolving these serious shortcomings will not only be a waste of public money but will also exacerbate instability.

The arms industry is an industry unlike any other but one that profits from selling weaponry worldwide. Such an industry should not receive preferential treatment from the EU.

In the absence of political leadership, what remains is an economic policy. The result is a set of proposals that favours arms companies, including their capacity to export sophisticated weaponry, funded with public money, to non-EU countries.

For decades we have been told that more weapons and military spending would lead to more security and stability. However, none of the major conflicts of the last decades have been solved through military means. The military interventions in Afghanistan, Libya and Iraq were disasters which have only made matters worse.

Rather than repeating the mistakes of the past, the EU should come up with more innovative and courageous solutions in tackling the root causes of conflicts and drastically increase its support to peaceful ways of resolving them.

Of course, the EU has a critical role to play to confront the major challenges and numerous problems we are being faced with. Climate change, nuclear proliferation and increased inequality are only a few of them.

These problems will not be solved by investing more in weapons. On the contrary, higher military expenditure means less money to tackle these challenges in a sustainable way.

Video lezing: Wapenhandel ontregelt de wereld
02-03-2017 -

Op de MO*lezing van 22 februari spraken twee internationaal gerenommeerde experts over de relatie tussen wapenhandel en corruptie. Bekijk de video’s van de twee lezingen en het gesprek achteraf hier.

Op de MO*lezing van 22 februari spraken twee internationaal gerenommeerde experts over de relatie tussen wapenhandel en corruptie. Bekijk de video’s van de twee lezingen en het gesprek achteraf hier.

Andrew Feinstein is journalist en oud-parlementslid voor het ANC. Hij publiceerde onder meer in The New York Times, The Guardian, The Daily Telegraph en Der Spiegel en geeft geregeld commentaar op CNN, BBC en Al Jazeera. In zijn boek The Shadow World, dat onlangs verfilmd werd door documentairemaker Johan Grimonprez, licht hij een tipje van de sluier op van de schimmige wereld van de internationale wapenhandel.

Samuel Perlo-Freeman is medewerker van de World Peace Foundation. Hij is er verantwoordelijk voor onderzoek naar wereldwijde wapenhandel en corruptie. Voordien werkte hij voor het gerenommeerde Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI) en deed hij van 2007 tot 2016 onderzoek naar militaire uitgaven, wapenindustrie en wapenhandel.
Hij schrijft regelmatig bijdragen in het Jaarboek van SIPRI en in andere toonaangevende publicaties en wordt wereldwijd gevraagd om lezingen en workshops te geven over wapenhandel en militaire uitgaven. Hij doceerde ook economie aan University of the West of England, waar hij zich specialiseerde in defensie en vredeseconomie. Op dit moment concentreert zijn onderzoek zich op de link tussen wapenhandel en corruptie.

Britse overheid voor de rechter wegens wapenexport naar Saoedi-Arabië
07-02-2017 -

Vandaag start de rechtszaak tegen de Britse overheid vanwege haar rol in het bewapenen van Saoedi Arabië. De rechtszaak is aangespannen door de Britse vredesorganisatie Campaign Against Arms Trade (CAAT) die zegt dat Britse wapens gebruikt worden door de Saoedische coalitie bij het plegen van grootschalige schendingen van het internationaal recht in Jemen.

Vandaag start de rechtszaak tegen de Britse overheid vanwege haar rol in het bewapenen van Saoedi Arabië. De rechtszaak is aangespannen door de Britse vredesorganisatie Campaign Against Arms Trade (CAAT) die zegt dat Britse wapens gebruikt worden door de Saoedische coalitie bij het plegen van grootschalige schendingen van het internationaal recht in Jemen.

Er is ook een Vlaamse link. Het West-Vlaamse bedrijf Advionics produceerde radarsystemen voor de Britse Eurofighter gevechtsvliegtuigen. De Britse regering heeft toegegeven dat deze gevechtsvliegtuigen worden ingezet door de Saoedi’s in Jemen. De radarsystemen werden zonder medeweten van de Vlaamse regering geëxporteerd naar Saoedi Arabië. Dat is geen uitzondering. Onderzoek toont aan dat in maar liefst 60 tot 70 procent van de gevallen de Vlaamse regering niet weet waar de Vlaamse wapens terecht komen.

Vredesbewegingen hebben het gehad met het lakse wapenexportbeleid van hun overheden. In het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Italië en Frankrijk werden rechtszaken gestart tegen verleende wapenexportvergunningen. Terecht. De oorlogen in het Midden-Oosten worden maar al te vaak in stand gehouden met Europese wapens.

Immoreel én illegaal

Volgens de Britse wetgeving mogen er geen wapens uitgevoerd worden naar landen wanneer er een duidelijk risico bestaat dat deze wapens gebruikt kunnen worden voor schendingen van het internationaal recht. Toch leverde het Verenigd Koninkrijk sinds het begin van de oorlog in Jemen voor 3.3 miljard pond aan wapens aan SaoediArabië, waaronder 1.1 miljard pond aan bommen. Sinds de start van het conflict zijn meer dan 10.000 burgers omgekomen. Volgens een rapport van de Verenigde Naties pleegt de Saoedische coalitie “naar alle waarschijnlijk” oorlogsmisdaden.

“De wapenexport naar Saoedi-Arabië is niet alleen immoreel, maar ook illegaal”, zegt Andrew Smith van de vredesorganisatie CAAT. “Het zou overbodig moeten zijn om naar de rechter te stappen om de overheid ervan te overtuigen geen wapens te exporteren naar één van de meest brutale dictaturen in de wereld.”

De wet veranderen om te exporteren?

De Britse overheid weigert de wapenexport naar Saoedi Arabië te stoppen en zegt dat er onvoldoende bewijs is van schendingen van het internationaal recht door de Saoedische coalitie. Een voorstel van de Europese Unie voor een onafhankelijk VN-onderzoek naar de oorlog in Jemen werd vorig jaar door het Verenigd Koninkrijk geblokkeerd.

Binnen de Britse regering zijn er stemmen die oproepen om de wapenexportwetgeving te verzwakken wanneer de rechtszaak negatief uitdraait voor de regering. In een interview met de BBC zei conservatief parlementslid Crispin Blunt dat “als blijkt dat deze rechtszaak aantoont dat we handelden in strijd met onze eigen regelgeving, dan moeten we onze wetgeving herbekijken”.

De uitspraak van het Brits Hooggerechtshof wordt over enkele weken verwacht.

 

OPINIE 'How the arms industry is staging a European coup'
23-01-2017 -

Na de verkiezing van Antoni Tajani tot voorzitter van het Europees Parlement waarschuwt Vredesactie voor de groeiende invloed van de wapenindustrie.

Dit opiniestuk van Vredesactie verscheen in het Engels op EurActive.

The EU is increasingly taking a pro-military stance, as the arms lobby exercises more influence. The election of Antoni Tajani last week as European Parliament president means the arms industry’s influence will grow further in the coming years, warns Bram Vranken.

On 17 January 1961, then US President Dwight Eisenhower warned against the dangers of the  military-industrial complex. “In the councils of government, we must guard against the acquisition of unwarranted influence, whether sought or unsought, by the military-industrial complex. The potential for the disastrous rise of misplaced power exists and will persist.”

Exactly 56 years later Eisenhower’s warning is more poignant than ever. On Tuesday 17 January, Antonio Tajani, well known for his pro-arms industry stance, was elected as new president of the European Parliament.

In 2013, Tajani said “he wanted to promote the arms industry”. As European Commissioner, Tajani outlined several policy schemes aimed at “strengthening the European defence industry”.

It’s no coincidence that Tajani is honorary president of the Sky and Space Intergroup, which is  hosted by the Aerospace and Defence Industries Association of Europe (ASD), the most important lobby group of the European arms industry.

Money for weapons, not for social security

Already the EU is taking a turn for the worse. In November, the European Commission proposed a European Defence Action Plan. The aim of this plan is to “focus on capability needs and support the European defence industry”. Not surprisingly, the European Defence Action Plan almost exactly mirrors the propositions made in a position paper published in July by ASD Europe.

The proposed measures seriously endanger the EU as a civilian power. The Commission wants to give €3.5 billion to the arms industry to develop new military technologies from 2021 onward.  Additionally, the Commission proposes to stimulate member states to spend more on defence by deducting the costs of cooperative weapon programmes from their budgetary deficits.

In other words, while member states are forced to cut spending on social security, education and health care, spending on weapons would be exempt from any budgetary discipline. While millions of people in Europe have suffered from destitution and poverty due to the harsh austerity measures, the European Commission now cynically proposes to give billions of euros to the arms industry.

No political vision

Nobody knows where these weapons will be used. There barely is a common European foreign policy. Member states are deeply divided on how to tackle the crises in the Middle East. Without a strategic vision, financing military related programmes will only serve the short term interest of the arms industry.

But that seems exactly the European Commission’s objective. “The European Union needs a strong and competitive arms industry”, is the mantra the European Commission has been repeating over and over again.

The EU is confronted with dazzling problems. Populism is on the rise, the middle class is in crisis, inequality has never been higher and we are confronted with a catastrophic climate crisis. None of these problems will be solved by investing more in weapons.

On the contrary, military expenditure forms a huge opportunity cost to the detriment of billions of people around the world. According to research institute SIPRI, only 10% of global military expenditure would be enough to provide free and quality education (Sustainable Development Goal 4).

To eradicate poverty and hunger (SDGs 1 and 2) another 10% of the global military budgets would be sufficient. All SDGs could be accomplished by less than half of the worldwide military budget.

Eisenhower continued his speech in 1961 by saying that “only an alert and knowledgeable citizenry can compel the proper meshing of the huge industrial and military machinery of defense with our peaceful methods and goals, so that security and liberty may prosper together”.

That a pro-arms industry MEP is now leading the representative body of the European citizenry is extremely worrying.

Vlaamse regering herwerkt wapenhandeldecreet: de eerste stap is gezet!
05-12-2016 -

Actie werkt. Begin dit jaar voerden vredesactivisten nog actie op het dak van wapenproducent Advionics voor een wapenembargo op Saoedi-Arabië. De Vlaamse regering stelt nu een decreetwijziging voor dat een Vlaams wapenembargo wettelijk mogelijk maakt.

Actie werkt. Begin dit jaar voerden vredesactivisten nog actie op het dak van wapenproducent Advionics voor een wapenembargo op Saoedi-Arabië. De Vlaamse regering stelt nu een decreetwijziging voor dat een Vlaams wapenembargo wettelijk mogelijk maakt. Dat is goed nieuws. Vlaanderen kan nu zelf stappen nemen om landen onder embargo te plaatsen, ook als de politieke wil op Europees of internationaal niveau daarvoor ontbreekt. Toch blijft verdere druk nodig. De Vlaamse exportwetgeving vertoont nog steeds ernstige gebreken.

De beslissing van de regering Bourgeois om Vlaamse embargo’s op te nemen in de wapenwetgeving, komt er na een herzieningstraject van een jaar. De oorlog in Jemen maakte duidelijk dat het Vlaamse wapenhandeldecreet niet voldeed. De Saoedi-Arabische gevechtsvliegtuigen bijvoorbeeld, die al meer dan een jaar in Jemen bombarderen, bevatten Vlaamse componenten. Enkele maanden geleden voerden we met ikstopwapenhandel.eu nog actie op het dak van het bedrijf dat deze onderdelen maakt om de Vlaamse betrokkenheid in het conflict in Jemen aan te kaarten. In de daaropvolgende weken stuurden meer dan zeshonderd mensen e-mails naar de Vlaamse parlementsleden met de vraag dringend de gaten in de Vlaamse wapenwetgeving te dichten.

Vredesactie ging praten met de verschillende politieke partijen in het Vlaams parlement. Ook daar waren steeds meer kritische geluiden te horen over het Vlaamse wapenhandelbeleid. Toen zowel oppositiepartijen als meerderheidspartijen zich uitspraken voor een Vlaams wapenembargo op Saoedi-Arabië, zei Minister-president Bourgeois niet over de wettelijke middelen te beschikken om Saoedi-Arabië onder embargo te zetten.

Onder druk van de vredesbeweging en het parlement, gaat de Vlaamse regering nu overstag. Een Vlaams wapenembargo komt er. Van zodra de herziening van het wapenhandeldecreet wordt goedgekeurd door het parlement, kan de wapenexport naar Saoedi-Arabië definitief worden stopgezet.

Wat nog?

Naast de wettelijke verankering van de embargomaatregel, zet de regering nog een aantal stappen naar een strengere regelgeving. Zo maakt de regering werk van de controle op doorvoer en ook van een transparanter beleid.

Vooral de controle op doorvoer was een ernstige lacune in de Vlaamse wetgeving. Wapens die over Vlaams grondgebied vervoerd werden, konden niet gecontroleerd worden. Ook niet als de regering dat zou willen. Stel je voor: indien een vliegtuig, volgeladen met wapens en op weg naar een land in conflict, een tussenstop zou maken op de luchthaven van Oostende, dan was het voor de Vlaamse overheid niet mogelijk om deze trafiek te stoppen. Deze absurditeit wordt nu eindelijk rechtgezet.

Meer dan een doekje voor het bloeden?

De Vlaamse regering boekt dus vooruitgang. Toch blijven fundamentele aspecten buiten schot. De controle op het eindgebruik blijft de achillespees van het Vlaams wapenexportbeleid. Zonder kennis van waar de Vlaamse wapens terecht komen, kan er bezwaarlijk een exportbeleid worden gevoerd. Zo is volgens onderzoek van het Vlaams Vredesinstituut zeventig procent van de uiteindelijke bestemming van de intra-Europese wapenexport ongekend. Vlaamse componenten worden uitgevoerd naar andere EU landen zoals Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, zonder dat we weten waar deze wapens in een later stadium belanden. Nochtans zijn deze Europese landen grote exporteurs naar het Saoedi-Arabische regime. De export naar Saoedi-Arabië blijft via een ommetje dus een realiteit, ook onder een herwerkt decreet.

Een eerste stap is gezet. De Vlaamse regering kan binnenkort landen onder embargo zetten. Nu komt het eropaan er ook voor te zorgen dat we weten waar de Vlaamse wapens terecht komen. Anders zijn de toekomstige Vlaamse embargo’s niet meer dan een doekje voor het bloeden.

Andrew Feinstein “Om de wapenhandel te stoppen, moeten we ons politiek systeem veranderen”
05-12-2016 -

Andrew Feinstein is hij onderzoeker, schrijver en activist tegen wapenhandel. Zijn boek 'The shadow world: inside the global arms trade' in het Nederlands vertaald met de titel 'Handelaren des Doods', schetst een onthutsend beeld van de wereldwijde wapenhandel.

Andrew Feinstein was tot 2001 parlementslid bij het Zuid-Afrikaanse ANC. Daar schopte hij tegen de schenen van de partij met zijn onderzoek naar een corrupte aankoop van gevechtsvliegtuigen. Dit betekende het einde van zijn politieke carrière. Sindsdien is hij onderzoeker, schrijver en activist tegen wapenhandel. Zijn boek 'The shadow world: inside the global arms trade' in het Nederlands vertaald met de titel 'Handelaren des Doods', schetst een onthutsend beeld van de wereldwijde wapenhandel. De Belgische documentairemaker Johan Grimonprez maakte er een verfilming van die sinds november wordt vertoond in de zalen. Vredesactie sprak met Andrew Feinstein tijdens de vertoning van de film op het Film Fest van Gent.

Andrew, tot 2001 was je een Zuid-Afrikaans parlementslid, waarna je een activist tegen de wapenhandel werd. Hoe kwam je tot deze beslissing?

Dit was eigenlijk mijn terugkeer tot het activisme. Al vanaf jonge leeftijd was ik actief in de sloppenwijken van Kaapstad, waar ik me aansloot bij het ANC. Dat was in die tijd nog een verboden organisatie. Niemand verwachtte dat Zuid Afrika ooit een democratie zou worden. En al helemaal niet dat het ANC ooit de regeringspartij zou zijn. Niemand van ons dacht ooit een parlementslid te worden.

In 2001 werd ik uit de partij gegooid omdat ik onderzoek deed naar een ontzettend corrupte wapendeal. Mijn introductie tot activisme tegen wapenhandel gebeurde dus min of meer toevallig.

Hoe hebt u uw vertrek uit de politiek ervaren?

Het voornaamste verschil is dat je als activist kan zeggen wat je wilt. Terwijl je als politicus altijd beperkt bent door je partij en de regels waarin je opereert. Het is enorm verfrissend om de partijlijn niet meer te moeten volgen. Soms vragen mensen me: “maar mis je de politiek dan niet?” “Ik voel me nu veel meer politiek geëngageerd dan ik me ooit als parlementslid heb gevoeld.”

Dit deed me ook realiseren dat overheden en parlementen de status quo bevestigen en reproduceren. Het is veel effectiever om als activist de status quo in vraag te stellen. Zeker als het gaat over wapenhandel. Er is een enorme verstrengeling tussen de wapenindustrie, overheden, politici, het leger, en allerlei overheidsdepartementen. En geen enkele politieke wil om de wapenhandel in vraag te stellen.

In uw boek beschrijft u de verregaande verstrengeling tussen wapenbedrijven en politici. Waarom denkt u dat de invloed van de wapenindustrie zo ver gaat?

De wapenhandel is uniek, precies vanwege de enorme verstrengeling van belangen. Hiervoor zijn verschillende redenen. Een eerste reden is dat wapenbedrijven door hun overheden dikwijls worden beschouwd als een bevoorrechte partner, omdat ze zogezegd belangrijk zijn voor onze defensie en nationale veiligheid. Grote wapenbedrijven zoals BAE Systems hebben dezelfde toegang tot gevoelige informatie en tot militaire basissen als de minister van defensie.

Nog belangrijker echter zijn de informele relaties die bestaan tussen hooggeplaatste personen van de wapenindustrie en overheden. Deze mensen begeven zich in dezelfde sociale kringen en in dezelfde politieke kringen. Bovendien geven wapenbedrijven zeer vaak geld aan politieke partijen. Helmut Kohl, die 17 jaar aan het hoofd stond van de CDU in Duitsland, ontving jarenlang geld van zowel legale als illegale wapenhandel.

Om de wapenhandel aan te klagen, moeten we ons politiek systeem veranderen. Hiervoor is een onafhankelijke stem nodig én een stem die durft ingaan tegen de huidige status quo.

Corruptie is een wederkerend thema in je boek. Zo citeer je het cijfer van de ngo Transparency International dat 40 procent van alle corruptie in de wereld betrekking heeft op de wapenhandel. Hoe komt het dat de wapenhandel zo corrupt is?

De wapenhandel is zo corrupt net vanwege de dichte relaties die bestaan tussen de wapenindustrie en de politiek. De wapenhandel overleeft van een tiental miljardendeals per jaar. Er staat dus elke keer een enorme hoeveelheid geld op het spel. Bovendien zijn er maar enkele beleidsmakers die de uiteindelijke beslissing over een wapenaankoop doen. In de wapendeal die ik onderzocht in Zuid-Afrika, waren er maar zes mensen die beslisten over welke wapens aangekocht werden en van wie. De onderhandelingen vinden ook dikwijls plaats achter gesloten deuren. Dat is enorm vruchtbare grond voor corruptie.

Als een aanklager al moedig genoeg is om deze corruptie juridisch te vervolgen, dan grijpt de overheid bijna altijd in om de betrokken wapenbedrijven te beschermen. Er is totale straffeloosheid. Enkele jaren geleden hebben we berekend dat er sinds de introductie van VN wapenembargo’s 502 schendingen van deze embargo’s hebben plaatsgevonden. In amper twee gevallen hebben deze schendingen ook geleid tot enige vorm van juridische actie.

De Europese Unie is in snel tempo aan het militariseren. Er is nu zelfs sprake van een subsidieprogramma van 3,5 miljard euro voor militaire technologie. Hoe verklaart u deze trend?

In mijn ervaring heeft de EU de wapenhandel steeds in stand gehouden. De Europese Unie heeft een gemeenschappelijke positie over wapenhandel. Die wordt genegeerd door elke Europese lidstaat. Elke wapendeal van de afgelopen jaren schendt wel één of meerdere artikels van de gemeenschappelijke positie.

Een aantal hooggeplaatste politici, zowel in de Commissie als in het Europees Parlement, hebben tijdens hun carrière steun gekregen van de wapenindustrie. De Europese subsidiëring van de industrie is hun quid pro quo. Dit is wat deze politici teruggeven aan de industrie.

Volgens de Europese Commissie zal dit militair onderzoeksprogramma leiden tot meer jobs en economische groei.

Als economische strategie is dit een absolute ramp. Voor elke job die wordt gecreëerd in de wapenindustrie kunnen er volgens Amerikaans onderzoek tussen de drie en zeven jobs gecreëerd worden in veel productievere sectoren. Zelden vermelden onze politici dat deze subsidies een enorme kost betekenen voor de belastingbetaler. Hier nog eens Europees geld aan toevoegen is economische onzin. Zeker op een moment dat vele landen in Europa financiële problemen hebben.

Een argument dat steeds terugkomt is dat we een wapenindustrie nodig hebben om onszelf te beschermen. Wat is jouw antwoord hierop?

Overheden kiezen bijna altijd voor oorlog boven diplomatie. De Verenigde Staten stellen bijvoorbeeld meer mensen tewerk op één vliegdekschip, dan het hele diplomatische corps van de VS bijeen. De Amerikaanse overheid heeft in totaal tien vliegdekschepen en heeft zonet haar elfde besteld.

Zelfs als je een zeer enge visie hebt op wat veiligheid en defensie is, worden er dikwijls wapens gekocht die we absoluut niet nodig hebben. Neem bijvoorbeeld de F35. Deze is door Pierre Sprey, de ontwikkelaar van de F16, the biggest piece of crap made by a company which specializes in crap genoemd. Dit is een vliegtuig dat miljarden heeft gekost aan de Amerikaanse belastingbetaler en dat geen enkele relevantie heeft in de conflicten waarin de Verenigde Staten momenteel betrokken zijn of betrokken zullen zijn in de komende generaties. Er zijn hier enorme opportuniteitskosten mee gemoeid. Dit geld gaat niet naar andere sectoren van de economie die veel productiever zijn.

Net hetzelfde is gebeurd in Zuid Afrika. Sinds 1994 heeft Zuid-Afrika geen externe, noch interne vijanden maar heeft de overheid wel 10 miljard gespendeerd aan gevechtsvliegtuigen. Deze vliegtuigen worden volgens het hoofd van de luchtmacht niet gebruikt omdat Zuid-Afrika niet eens het geld heeft om de piloten te trainen. Tegelijkertijd zegt de overheid geen geld te hebben voor antivirale medicijnen voor mensen met HIV of aids. Evenmin kan Zuid-Afrika twee miljoen huizen bouwen die dringend nodig zijn, is dertig procent van de bevolking uitgesloten van de formele economie en is er een gebrek aan onderwijs. Dit ondermijnt de duurzame ontwikkeling én veiligheid van Zuid Afrika.

Daar komt nog eens bovenop dat de wapens die wij verkopen onze eigen veiligheid ondermijnen. Saoedi-Arabië is daarvan het meest voor de hand liggende voorbeeld. Saoedi-Arabië, en daar bestaat zeer veel bewijs van, financiert en bewapent tal van groepen die door de EU en door de Verenigde Staten bestempeld worden als terroristische organisaties. Zo bestaat de absurde situatie waarbij de VS in het ene conflict wapens leveren aan groepen waartegen ze op andere plaatsen oorlog voeren. Dat is complete waanzin.

Wat met het argument dat als wij niet exporteren, iemand anders het wel zal doen?

Je zou dit evengoed over hard drugs kunnen zeggen. Waarom handelt Barack Obama niet in hard drugs? Omdat er een wet is die zegt dat hij dat niet kan doen. Waar het uiteindelijk op neerkomt, is politieke wil. Als overheden werkelijk iets zouden willen veranderen dan zouden er geen corrupte deals plaatsvinden en zou er niet geëxporteerd worden naar conflictgebieden.

Wat zie jij als successen van activisme tegen wapenhandel van de afgelopen jaren?

Er wordt nu veel meer geschreven over wapenhandel in veel meer landen dan in de voorgaande zestien jaar dat ik actief ben. Vooral in Europa is er meer protest en zijn er meer directe acties. Dit is enorm belangrijk in het bewust maken van mensen. Er zijn ook juridische overwinningen. De DSEI rechtzaak bijvoorbeeld (nvdr: ook mensen van onze campagne ikstopwapenhandel zijn hierbij gedaagd.), waarbij een rechter oordeelde dat activisten inderdaad een misdrijf hadden gepleegd [de activisten blokkeerden de weg naar een wapenbeurs], maar dat dit misdrijf veel minder ernstig was dan de misdaden die gepleegd werden op de DSEI wapenbeurs. Deze uitspraak is van enorm belang voor activisme tegen wapenhandel. Ik denk dat de Britse overheid dat ook beseft en dat de overheid daarom in beroep is gegaan.

Deze overwinningen zijn klein, maar al deze kleine stappen leiden tot grotere overwinningen. Steeds meer mensen zijn zich bewust van het probleem. Steeds meer mensen schieten ook in actie. Ik denk dat dat een enorme overwinning is.

---
De film Shadow World die gebaseerd is op het boek van Andrew Feinstein speelt nu in de zalen. Hier vind je een kalender met alle geplande vertoningen.

Kom naar de MO*lezing over wapenhandel met Andrew Feinstein. Afspraak op woensdag 22 februari om 19u30 in Brussel. Meer info binnenkort op www.mo.be of www.vredesactie.be

Europa op de knieën voor de wapenindustrie
05-12-2016 -

De Europese Commissie maakte eind november haar plannen bekend voor de uitbouw van een Europese defensie. Een voorstel dat leest als een horrorboek. De Commissie wil miljardeninvesteringen in de wapenindustrie en de eerste stappen daartoe zijn al gezet. Het Europees Parlement keurde de eerste schijf voor de subsidiëring van een militair onderzoeksprogramma goed.

De Europese Commissie maakte eind november haar plannen bekend voor de uitbouw van een Europese defensie. Een voorstel dat leest als een horrorboek. De Commissie wil miljardeninvesteringen in de wapenindustrie en de eerste stappen daartoe zijn al gezet. Het Europees Parlement keurde de eerste schijf voor de subsidiëring van een militair onderzoeksprogramma goed. Dit is een primeur. De subsidiëring van wapenonderzoek was tot nu toe altijd expliciet uitgesloten van het Europese budget. De vraag of een sterke wapenindustrie de veiligheid van de Europese burger wel een stap dichterbij brengt, wordt niet gesteld. Ooit kreeg de EU de Nobelprijs voor de vrede. Vandaag lijkt dat beeld verder weg dan ooit.

Het 'Defensie actieplan' focust, dixit de Commissie, op "onze wapennoden en het ondersteunen van de Europese wapenindustrie”. Hoewel de Europese lidstaten jaarlijks 200 miljard uitgeven aan defensie, is dat niet genoeg om de Europese wapenindustrie draaiende te houden. Meer investeringen zijn dus dringend nodig, zegt de Commissie.

Het Europees Defensie Fonds

Daarvoor lanceert de Commissie onder andere een Europees Defensie Fonds. “Het Europese Defensie Fonds is een cruciale stap in het verbeteren van de competitiviteit van de Europese wapenindustrie”, zo staat te lezen. Het moet een investeringsfonds voor militaire aankopen worden met een jaarlijks budget van vijf miljard euro. Het geld zou zowel van de lidstaten als van het Europese budget komen. Opmerkelijk: het geld dat door de lidstaten in deze pot wordt gestopt, wordt niet meegewogen bij het vaststellen van een begrotingstekort. Landen moeten de broeksriem aanspannen en snijden in hun sociale voorzieningen, in onderwijs, in justitie, in gezondheidszorg om de EU-begrotingsnormen te halen. Maar miljarden uitgeven aan nieuwe wapensystemen zou wel kunnen. Dat wil de Europese commissie niet enkel door de vingers zien, integendeel: zelfs aanmoedigen. Waanzin.

Subsidies voor militair onderzoek

Om de concurrentiepositie van de Europese wapenindustrie te verbeteren, plant de Commissie voor de periode 2021 – 2027 een subsidieprogramma voor militair onderzoek dat 3,5 miljard euro naar de wapenindustrie moet doen vloeien. Een voorbereidend militair onderzoeksprogramma ter waarde van 25 miljoen euro werd eind november reeds door het Europees Parlement goedgekeurd.

Dit is een primeur. De subsidiëring van wapenonderzoek was tot nu toe altijd expliciet uitgesloten van het Europese budget. De koerswijziging is niet verwonderlijk. De expertengroep die op vraag van de Europese Commissie ‘advies’ leverde over het militaire onderzoeksprogramma bestond voor meer dan de helft uit vertegenwoordigers van de wapenindustrie. Kritische stemmen uit het maatschappelijke middenveld of onafhankelijke experten werden niet gehoord. De resultaten liegen er niet om. De modaliteiten die aangeraden worden door deze expertengroep zijn de meest gunstige ooit binnen het Europese budget. Niet alleen zouden de onderzoekskosten voor honderd procent gesubsidieerd worden, ook de eigendomsrechten zouden in handen van de industrie terecht komen.
Waar dit geld precies vandaan moet komen, is onduidelijk. Nu al wordt er gesneden in civiele onderzoeksprogramma’s zoals Horizon 2020.

Een Europese drone?

Voor wie die wapens ontwikkeld moeten worden is onduidelijk. Een Europees leger is onbestaande. Van een gemeenschappelijk Europees buitenlands beleid is er amper sprake. Toch wil de EU kost wat kost geld geven aan nieuwe wapentechnologie, zonder idee wat dan precies met die wapens te doen.

Dé Europese wensdroom is de gewapende drone. De Verenigde Staten hebben gewapende drones, Israël heeft ze, de Europese industrie niet, die blijft achter. Europese subsidies voor militaire technologie moeten de Europese bedrijven nu een duwtje in de rug geven.

Waar die drone dan wel voor gaat dienen is onduidelijk. Gaat Europa zoals de Verenigde Staten, met een kill-list in de hand, vermeende terroristen bombarderen in landen zoals Jemen of Pakistan? Een praktijk die door de Verenigde Naties als illegaal wordt bestempeld en tal van burgerslachtoffers maakt.

Ideologische blindheid

Het Europees Defensie Fonds komt er niet voor onze veiligheid, het is een ondersteuningsprogramma voor de wapenindustrie. “De Europese Unie heeft een sterke en competitieve wapenindustrie nodig”, zo luidt het credo dat bij de Commissie tot in den treure weerklinkt. En daar wil ze graag enkele miljarden tegenaan gooien.

De Europese Commissie grossiert in ideologische blindheid. Nog nooit werd de legitimiteit van het Europese project op zo'n schaal in vraag gesteld als tijdens de afgelopen maanden. Toch is een stimuleringsbeleid op maat van de wapenindustrie het enige antwoord dat de Europese Commissie te bieden heeft.

De Europese Unie was nochtans een vredesproject. Een soft power, die interne, maar ook internationale conflicten geweldloos tracht op te lossen. De militarisering van het Europese budget dreigt hier verandering in te brengen en zet het Europese vredesproject op de helling.

Pagina's